Abscis Architecten - Bron: Abscis Architecten

NAV - ENERGIE BEWUST BOUWEN

BEN-PROJECT: HERONTWIKKELING VAN DE VOORMALIGE LIJMFABRIEK CRODA-HENKEL (ABSCIS ARCHITECTEN)

Van industriële vervuilde site naar een levendige, aantrekkelijke en duurzame inbreiding met oog voor architecturale kwaliteit, integratie van groen op openbaar domein, en connecties met de buurt. Met het project Castelijm is ABSCIS Architecten erin geslaagd om ons Vlaams erfgoed weer wat groener en mooier te maken. NAV sprak met architect Dirk D’Hondt van ABSCIS Architecten.

Het project behelst de sanering en herontwikkeling van een industriële site, de voormalige lijmfabriek Croda-Henkel in Kapellen. Deze zwaar vervuilde site met 3.300m² aan bedrijfsgebouwen lag er reeds enige tijd verlaten bij en vormde een pijnpunt binnen de gemeente. Vandaag stroomt er opnieuw leven door de site, dat een herbestemming kreeg als nieuwe wijk ingericht met 35 lage-energiewoonéénheden verdeeld over 19 kavels met een residentieel en groen karakter.

In het ontwerp werd een evenwicht gecreëerd tussen enerzijds de suburbane dichtheid en anderzijds de hedendaagse woonkwaliteit. Er is gekozen voor verschillende woontypologieën die diverse bewoners aantrekken, van jonge gezinnen tot gepensioneerden.  De stedenbouwkundige vergunningsaanvraag dateert van 2014 met als EPB-eisen K40 en E60 en een minimumaandeel hernieuwbare energie.

Werd er in de wedstrijdfase een bepaald ambitieniveau m.b.t. energiebewust en duurzaam bouwen opgelegd? Of is dit gegroeid tijdens het ontwerpproces en overlegmomenten met de bouwheer?

Arch. Dirk D’Hondt (Abscis Architecten): “Als projectdefinitie ontvingen de ontwerpers de vraag om een schetsontwerp te maken op basis van een bestaande ontwikkelingsvisie. Deze visie kwam tot stand in een atelierworkshop tussen de grondeigenaar en ontwikkelaar Re-Vive en het bureau Architecture Workroom Brussels. In plaats van een uitgewerkt schetsontwerp hebben we geopteerd om een aanzet tot masterplan en beeldkwaliteitsplan voor te leggen, waarin zowel grote ruimtelijke keuzes als aspecten van materialisatie en duurzaamheid vervat zaten. Ons ontwikkelingsvoorstel was gericht op een ecologisch, economisch en sociaal duurzaam project, met als doel het verwezenlijken van betaalbaar wonen voor diverse bewoners. “

“De inplanting en oriëntatie van de woningen is strategisch gekozen voor toepassing van passieve en actieve zonnewinsten, zodat kon gestreefd worden naar lage-energiewoningen of passiefwoningen.“

“Om het energieverbruik te beperken hebben we ingezet op een performante gebouwschil en technieken zoals de warmtepomp. Daarnaast hebben we via de platte daken voorzien in regenwaterrecuperatie in combinatie met een infiltratievoorziening. Het groene masterplan werd bovendien ingericht met zo weinig mogelijk verharde delen, ten voordele van regenwaterinfiltratie in de bodem.“

“We stelden ook voor om in de mate van het mogelijke te werken met een systeem van grondbalans in functie van ‘brownfield development’.  Bij een systeem van grondbalans bij sanering en herontwikkeling van terreinen wordt samengewerkt tussen de verschillende partijen om zo weinig mogelijk grond te gaan aanvoeren en/of afvoeren. Dit kan door bijvoorbeeld wanneer er ter hoogte van een latere kelder in functie van de sanering uitgegraven wordt, deze zone bij de sanering niet opnieuw wordt aangevuld met aanvulzand.”

Werd er voor elke woontypologie eenzelfde ambitieniveau vastgelegd?

“De specifieke doelstellingen per typologie zijn gegroeid in de fase van het schetsontwerp in overleg met ontwikkelaar Re-Vive en de gemeente. Na gunning van de opdracht werd als standaard het lage-energieconcept (K30 en E-peil 45) voorgesteld. Ter vergelijking onderzochten we welke bijkomende technische maatregelen nodig waren op het vlak van isolatie, schrijnwerk, zonnewering, luchtdichtheid en ventilatie om aan de passiefhuisnorm te kunnen voldoen.”

“Om een beter inzicht te krijgen in de prijsconsequenties hebben we in functie van elk woningtypologie een elementenraming opgemaakt voor zowel het lage-energieconcept als het passiefhuisconcept. Met behulp van deze ramingen kon de ontwikkelaar de totale kostprijs inclusief wegeninfrastructuur en sanering beter inschatten en aftoetsen aan realistische verkoopprijzen voor de regio.”

“Om een divers en lokaal publiek te kunnen bereiken kozen we uiteindelijk voor het betaalbare lage-energieconcept met doelstelling K30 en E50 als bovengrens, dat mits optionele PV-panelen vlot kon worden geoptimaliseerd tot E30, indien gewenst zelfs tot E0.”

“Om kostenefficiënt te bouwen hebben we voor de gebouwschil en het buitenschrijnwerk het economisch optimum gezocht en uniform toegepast voor alle wooneenheden. Voor de meegroeiwoningen (appartementen volgens het principe van levenslang wonen) kon de doelstelling E50 behaald worden door middel van condensatieketels op gas met vloerverwarming en ventilatiesysteem D, vooral dankzij hun compactheid. Voor de woningen in halfopen en gesloten bebouwing kon E50 bereikt worden door middel van een lucht-waterwarmtepomp met vloerverwarming en ventilatiesysteem D.”

Hoe zit de buitenschil in elkaar?

“Als basis laten we de buitenschil zeer goed isoleren en besteden we de nodige aandacht aan de bouwknopen. Als isolatie hebben we omwille van de beperkte dikte voornamelijk voor PIR gekozen: In de spouwmuren 12cm PIR, in de platte daken 16 tot 20cm PIR en in vloeren 10cm PIR met een extra 6cm isolerende uitvullingslaag. In recentere projecten opteren we steeds vaker voor duurzame isolatiematerialen met een betere NIBE-classificatie die rekening houdt met de milieu- en gezondheidseigenschappen van bouwmaterialen. Het buitenschrijnwerk met performante aluminium profielen werd standaard voorzien van zonwerende dubbele beglazing (Ug:1.0W/m²K en g:0.42) met thermo spacers, maar is toekomstgericht ontworpen voor driedubbele beglazing, waarvoor enkele kopers ook optioneel gekozen hebben.”

“Tijdens de werf hebben we grote aandacht besteed aan de luchtdichtheid, met in het bijzonder de aansluitingen van het buitenschrijnwerk. Hiervoor werden twee proefopstellingen met blowerdoortest uitgevoerd, namelijk een proefopstelling met als ‘basis’ gekleefde luchtdichtheidsslabben op 4 zijden en een ‘variante’ uitgepleisterd op 3 zijden met een luchtdichtheidsslab onderaan. De ‘variante’ scoorde in de blowerdoor lichtjes beter. Om onder andere deze reden werd alle buitenschrijnwerk uitgevoerd met 3 uitgepleisterde (en geïsoleerde) raamslagen met  PVC-profiel gekleefd op het schrijnwerk en onderaan verkleefde luchtdichtheidsslabben.”

“Alle muuraanzetten en technische kokers werden afgewerkt met een luchtdichtheidsmembraan, gespoten of geborsteld al naargelang de uitvoeringsfase (1 fase of herstellingen). Daarnaast werd aandacht besteed aan de luchtdichte uitvoering van alle technieken, zoals muur- en dakdoorgangen, maar ook gewone stopcontacten of schakelaars in gemene muren of buitenmuren.  Dit alles resulteerde in goede V50-waarden van 1 à 1,5 m³/hm².”

Welke keuzes hebben jullie gemaakt op het vlak van technieken?

“In de schetsontwerpfase hebben we voor de individuele woningen beslist om maximaal in te zetten op hernieuwbare energie. We hebben ook de mogelijkheid voorzien om de woningen volledig energieneutraal te maken mits driedubbel glas en/of PV-panelen. De keuze voor lucht-waterwarmtepomp in combinatie met vloerverwarming (lagetemperatuursysteem) was snel gemaakt omwille van het comfort en de open ruimtes zonder obstakels. De lucht-waterwarmtepomp met geïntegreerde boiler, van het type Split-unit, heeft een gemiddelde seizoensprestatiefactor van 4,13.  De ventilatie wordt gerealiseerd door middel van een vraaggestuurde mechanische ventilatie met warmtewisselaar (systeem D).”


Op welk vlak hielden jullie in het ontwerp verder rekening met het BEN-verhaal?

“Het BEN-verhaal is geen louter technisch verhaal. Daarom hebben wij als ambitie gesteld om het architecturaal concept te combineren met het hele energie- en duurzaamheidsconcept. Vanuit het masterplan werden reeds enkele passieve principes gehanteerd zoals compactheid, inplanting en zongerichte oriëntatie.  Op vlak van oriëntatie zijn alle leefruimtes van de woningen georganiseerd rond de centrale en gemeenschappelijke groene ruimte met speelheuvels, wat ook het buurtgevoel stimuleert. De gevels worden geanimeerd door een spel van vaste houten zonneluiken die ook een zonwerende functie hebben voor de slaapkamers en leefruimte. Bovendien hebben we ernaar gestreefd om 75% van alle materialen te laten voldoen aan de duurzaamheidsclassificatie 1a tot 2c, waar we goed in zijn geslaagd.”

Werden er tijdens het ontwerp EPB-simulaties uitgevoerd om zo te komen tot betere E-peilen of andere materiaalkeuzes? Kwamen hieruit specifieke maatregelen voort?

“Op basis van EPB-simulaties werden de isolatiediktes bijgestuurd en beslist om kopers naar eigen wens te laten investeren in zonnepanelen. Verschillende kopers van individuele woningen hebben gekozen voor PV-panelen waardoor E-peilen rond E10 tot E5 worden behaald.”


Vanaf 2018 werd het S-peil geïntroduceerd. Is het sindsdien moeilijker om het BEN-label te behalen? Wat zijn de meerkosten volgens u?

“Door de introductie van het S-peil wordt de realisatie van veel beglazing in weinig compacte volumes moeilijker. De volumes zijn in dit project redelijk compact en de glasoppervlaktes zijn eerder gedoseerd en strategisch gekozen, waardoor de invloed van het S-peil op dit type project eerder beperkt zou zijn.”

Welke overtuigingspunten kan je collega-architecten meegeven om klanten mee te krijgen in het BEN-verhaal?

“De eerste ontwerpkeuzes bepalen de belangrijkste overtuigingspunten. Door een bewuste keuze omtrent inplanting, oriëntatie en compactheid wordt veel energie bespaard zonder implicatie op de bouwkost. Door te kiezen voor een interessante en voldoende spannende vormgeving qua zintuiglijke beleving van de site, die geen nood heeft aan geaccidenteerde volumes met grote uitkragingen en verspringende inpandige terrassen, kan een compact volume met een redelijke bouwkost reeds heel energie-efficiënt zijn. Op dat ogenblik is de stap richting BEN niet meer zo groot. Wanneer er dan een aantal voor de hand liggende keuzes worden gemaakt, zoals een verbeterde isolatiegraad, kan de eerste E-peilberekening al aantonen dat de afstand tot BEN eenvoudig overbrugbaar is. Pas op dat moment komt de meerwaarde van innovatieve technieken ter sprake, met bijhorende interessante terugverdientijden, en blijkt het snel een logische keuze om mee te schrijven aan een BEN-verhaal.”

Hoe kan u uw architectenbureau en de ambities van het architectenbureau binnen een sterk veranderende tijd het best omschrijven?

“Ons werkveld is bijzonder breed, zowel de diversiteit aan sectoren, schalen en type opdrachtgevers, als op het vlak van ambitieniveau van onze opdrachtgevers in de energietransitie. We hebben projecten waarin de ambitie zich beperkt tot het wetgevend kader en in andere projecten zijn er net heel hoge ambities. Via onze structuur van interne kennisontwikkeling en constante bijscholing bouwen we knowhow op, om in deze laatste projecten goed onderbouwd te innoveren. Door een actieve kennisdeling binnen ons bureau trachten we deze ervaring aan te wenden om ook de minder ambitieuze opdrachtgevers te begeesteren. Hoewel we soms niet slagen in het realiseren van onze wildste dromen, merken we dat we rasse schreden voorwaarts kunnen zetten. Daarom geloven we dat we onze impact op een toekomstgerichte bouwsector op deze manier kunnen maximaliseren.”

Delen
Abscis Architecten - Bron: Abscis Architecten
Bron: Abscis Architecten
Abscis Architecten - Bron: Re-Vive
Bron: Re-Vive
Abscis Architecten - Fotograaf: Eline Willaert
Fotograaf: Eline Willaert
communicatie en grafisch ontwerp door Lavagraphics